Abstract
Nederlanders worden steeds ouder en blijven steeds langer gezond en actief. De gemiddelde levensverwachting van Nederlandse mannen en vrouwen is sinds de jaren zestig van de vorige eeuw met b na negen jaar toegenomen tot respectievel k 79 en 83 jaar. Het aandeel ouderen in de Nederlandse bevolking is hierdoor sterk gestegen, en de verwachting is dat dit aandeel de komende jaren nog verder zal toenemen.1 Nederlanders leven niet alleen langer; ze brengen ook een langer aantal levensjaren in goede (ervaren) gezondheid door (Poos, 2014). Tegen deze achtergrond voert de Nederlandse overheid een beleid dat zelfstandig wonen (ageing in place) voor ouderen stimuleert. De gedachte daarachter is dat zelfstandig wonen in een vertrouwde omgeving een positieve invloed heeft op het welz n van ouderen en b draagt aan een ‘goede’ oude dag (Van D k, 2015).2 Onderzoek laat zien dat de meeste ouderen inderdaad gehecht z n aan hun zelfstandigheid en dat ze het liefst in de hun vertrouwde omgeving bl ven wonen (Verme , 2016). De belangr kste reden is dat zelfstandig wonen b draagt aan het behoud van een gevoel van zelf- redzaamheid, eigen regie en eigenwaarde (Milligan, 2009). Tegel kert d worden veel ouderen geconfronteerd met een afnemende gezondheid en met beperkingen in het functioneren die hun zelfredzaamheid aantasten. Of z zelfstandig kunnen bl ven wonen, hangt niet alleen samen met hun gezondheidssituatie, maar ook met andere zaken, zoals de sociale steun die in hun eigen omgeving beschikbaar is. Ondersteunende relaties kunnen afnemende zelfredzaamheid compenseren en ervoor zorgen dat iemand – ondanks allerlei beperkingen –toch z n zelfstandigheid kan behouden. In de beleidscontext van de participatiesamenleving wordt sociale steun vanuit het eigen netwerk zelfs verondersteld.3 Tegelijkertijd zien we een groeiende groep alleenwonende ouderen die geen familie, vrienden of buren hebben van wie ze enige vorm van hulp kunnen verwachten (Putman et al., 2016). Het ontbreken van onder- steunende relaties in combinatie met een grotere behoefte aan steun leidt niet alleen tot een afnemende zelfredzaamheid en een verlies van eigen regie, maar kan ook gevoelens van depressiviteit en eenzaamheid met zich meebrengen (Broese van Groenou, 2011; Machielse & Bos, 2016). Bovendien gaat ouder worden gepaard met een groeiend besef van eindigheid, waardoor existentiële vragen over kwaliteit van leven, het geleefde leven en het naderende einde naar voren komen; zaken die grote invloed hebben op het welbevinden (Gezondheidsraad, 2009).
Cite
CITATION STYLE
Jansen, E. (2017). Afgezonderd of ingesloten? Over sociale kwetsbaarheid van ouderen. Journal of Social Intervention: Theory and Practice, 26(1), 88. https://doi.org/10.18352/jsi.516
Register to see more suggestions
Mendeley helps you to discover research relevant for your work.