Deze bijdrage geeft een overzicht van de evolutie van de Beneden-Schelde in België en Zuidwest-Nederland tijdens het Laatglaciaal en het Holoceen, met speciale aandacht voor recente ontwikkelingen in het onderzoek. Tijdens het Laatglaciaal loopt de Schelde in Nederland in een diep dal in noordelijke richting. Als gevolg van de Holocene zeespiegelstijging dringt de zee dit dal binnen, waardoor het rivierverhang sterk vermindert. Rond 6000 jaar geleden kent de mariene invloed in Zeeland een eerste maximum en reikt dan tot op Belgisch grondgebied. Hierna neemt de mariene invloed sterk af en ontwikkelt zich achter de kustbarrière een uitgestrekt veengebied. Rond het begin van onze tijdrekening vergroot de mariene invloed weer. De getijden in de Schelde nemen langzaam toe en de veengroei stopt. Sinds ca. 1100 AD is de getijdenamplitude in de Schelde sterk toegenomen door het ontstaan en ontwikkeling van de Westerschelde en door menselijke ingrepen (bedijkingen en 20ste eeuwse baggerwerken).
Mendeley helps you to discover research relevant for your work.
CITATION STYLE
Kiden, P. (2006). De evolutie van de Beneden-Schelde in België en Zuidwest-Nederland na de laatste ijstijd. Belgeo, (3), 279–294. https://doi.org/10.4000/belgeo.12025