Abstract
De groep senioren met een niet-westerse migratieachtergrond zal de komende jaren zowel in absoluut aantal als in relatief aandeel toenemen. Onderzocht is of zelfstandig wonende 55-plussers met een niet-westerse achtergrond (Turks, Marokkaans, Surinaams of Antilliaans) in hun gebruik van langdurige zorg (thuiszorg en informele hulp) verschillen van 55-plussers met een Nederlandse herkomst. De gegevens die zijn verzameld betreffen de periode van februari 2014 tot half juli 2015, dus rondom de stelselwijziging van 1 januari 2015. Wanneer rekening wordt gehouden met samenstellingseffecten, dan ontvangen senioren met een migratieachtergrond even vaak zorg als autochtone Nederlandse. Herkomst blijkt echter wel samen te hangen met de bron van de hulp wanneer senioren hulp ontvangen. Zowel Turkse, Marokkaanse als Antilliaanse 55-plussers ontvangen vaker (enkel) informele hulp dan autochtone 55-plussers. Het lijkt erop dat zij de weg naar professionele thuiszorg niet in gelijke mate weten te vinden als 55-plussers met een Nederlandse achtergrond. Zorgaanbieders en gemeenten moeten actief stappen ondernemen om de toegankelijkheid van de zorg voor deze groepen te verbeteren. Daarbij is het belangrijk om te weten dat senioren met een migratieachtergrond vaak al op jongere leeftijd met fysieke beperkingen en een slechtere gezondheid te maken krijgen en daardoor mogelijk eerder in aanmerking moeten komen voor professionele ouderenzorg.The group of seniors with a non-Western migration background will continue to increase in both absolute and relative terms. This study aims to determine whether over-55s with a non-Western background (Turkish, Moroccan, Surinamese or Antillean) who live independently differ in long-term care use (home care and informal care) from Dutch over-55s. We used data from February 2014 to mid-July 2015, around the time the Dutch long-term care system was reformed. When the population composition is taken into account, over-55s with a migration background are as likely to receive care as their native peers. However, origin is associated with the source of the help for those who receive help. Turkish, Moroccan as well as Antillean over-55s are more likely to receive (solely) informal help compared to native Dutch peers. They seem to be unable to find their way to professional home care to the same extent as over-55s with a Dutch background. Care providers and municipalities have to actively take steps to improve the accessibility of care for these groups. It should also be noted that seniors with a migration background often experience physical disabilities and poorer health at a younger age and may need earlier access to professional elderly care.
Cite
CITATION STYLE
den Draak, M., & Verbeek-Oudijk, D. (2020). Verschillen in zorggebruik onder zelfstandig wonende 55-plussers van verschillende herkomst. TSG - Tijdschrift Voor Gezondheidswetenschappen, 98(4), 131–138. https://doi.org/10.1007/s12508-020-00285-5
Register to see more suggestions
Mendeley helps you to discover research relevant for your work.